

Frame21, langsheen de E313 te Herentals, weerspiegelt het idee van "De nieuwe werkplek"...
Houtskeletbouw
Houtskeletbouw is een gezonde, ecologisch verantwoorde en snelle manier van bouwen die bij uitstek geschikt is voor energiezuinige gebouwen. Kom hier te weten wat houtskeletbouw nu precies is en uit welke elementen het bestaat. Maar ook hoe zo'n gebouw geïsoleerd & afgewerkt wordt. Houtskeletbouw moet zeker en vast ook aan een aantal eisen voldoen. Er is ook een specifieke regelgeving in verband met houtskeletbouw.
Wat is houtskeletbouw?
Houtskeletbouw is een bouwsysteem waarvan de draagstructuur bestaat uit een raamwerk van houten stijlen en regels, bekleed met plaatmateraal. Het wordt vrijwel volledig opgetrokken uit hout en van hout afgeleide materialen.
Er zijn twee soorten bouwwijzen:
- Bij de ballonbouwwijze lopen de stijlen door vanaf de fundering tot het dak. De vloerplaten worden er zijdelings tegen bevestigd.
- De platformbouwwijze is gegroeid uit de ballonbouwwijze. Bij deze bouw- wijze wordt de vloer op de wanden van de bouwlaag eronder geplaatst en daarna als platform gebruikt om de wanden van de volgende verdieping te bouwen. De voornaamste reden daartoe was het bouwproces te vergemakkelijken.
Uit welke elementen bestaat houtskeletbouw?
De funderingen en de vloer van het gelijkvloers op volle grond of boven een kruipruimte of kelder bestaan meestal uit beton.
De wanden worden opgebouwd uit panelen die bestaan uit een raamwerk van verticale houten stijlen met rechthoekige of I-vormige sectie verbonden met een horizontale onder- en bovenregel. Deze wanden worden minstens aan één zijde bekleed met een plaatmateriaal en onderling verbonden met koppelregels (geplaatst op de bovenregels). De houten wanden worden onderaan beschermd tegen capillair opstijgend vocht door middel van waterdichte folies.
De verdiepingsvloeren zijn doorgaans opgebouwd uit een houten balklaag (roostering), bekleed met een plaatmateriaal. Om te vermijden dat de balken kippen, worden op regelmatige afstand houten klossen aangebracht tussen de balken.
De verticale belastingen worden opgenomen door de vloerbalken en de kepers en gordingen of spantbenen van het daktimmerwerk en via de stijlen en regels in de dragende wanden naar de fundering overgebracht.
Om de horizontale belastingen op te nemen en over te brengen op de fundering wordt het raamwerk bekleed met plaatmateriaal met voldoende weerstand.
Hoe wordt een gebouw in houtskeletbouw geïsoleerd en afgewerkt?
De holtes in het houtskelet worden opgevuld met thermisch isolerend materiaal.Doorgaans worden soepele isolatiematerialen gebruikt, zoals minerale wol. Deze biedeneen dubbel voordeel: ze sluiten beteraan op het houtskelet (minder luchtlekkenter plaatse van de voegen) en absorberenhet geluid, wat de luchtgeluid-isolatie vande wand positief beïnvloedt.
De binnenzijde van de wanden wordt meestal afgewerkt met gipskartonplaat of gipsvezelplaat. In ruimten met een verhoogde vochtbelasting dient men een aangepast type platen te kiezen. Om de brandweerstand van de wand te verhogen, gebruikt men in bepaalde gevallen calciumsilicaatplaten.
Aan de binnenzijde van de buitenwanden wordt tussen het skelet en de beplating een luchtscherm geplaatst. Indien nodig wordt hiervoor een folie met voldoende hoge damptransmissieweerstand gekozen, zodat deze ook dienst doet als dampscherm. De binnenbeplating kan zelf dienst doen als lucht- en/of dampscherm, op voorwaarde dat ze niet geperforeerd wordt (door bv. stekkerdozen, leidingen,...) en dat de voegen tussen de platen en ter hoogte van de aansluitingen met andere bouwcomponenten zorgvuldig gedicht worden (bv. door middel van - voor deze toepassing geschikte - kleefband of kit).
Onder invloed van onze baksteencultuur en de bestaande stedenbouwkundige voorschriften wordt in ons land vaak gekozen voor het vertrouwde buitenspouwbladin metselwerk, maar men kan ook opteren voor een gevelbekleding met houten planken of latten.
Een groot aantal dakbedekkingsmaterialen kan ook als gevelbekleding gebruikt worden (leien, pannen, houten shingles of shakes, ...).
Aan de buitenzijde van het dragende binnenspouwblad wordt in bepaalde gevallen een plaatmateriaal (bv. Gebitumineerde houtvezelplaat) of een folie aangebracht die dienst doet als wind- en vochtscherm. Deze laag heeft gelijkaardige functies als het onderdak bij hellende daken en is vooral bij relatief luchtopen gevelafwerkingen aangewezen, onder meer om het risico te beperken dat er luchtstromingen zouden optreden over en doorheen de isolatie (“wind-washing”).
Dat kan immers de thermische weerstand sterk nadelig beïnvloeden. Deze beplating of folie moet voldoende dampopen zijn, zodat er geen langdurige condensatie kan optreden aan de binnenzijde ervan.
De spouw tussen de gevelafwerking en het dragende binnenspouwblad wordt verlucht door openingen onder- en bovenaan (5 cm² per m² geveloppervlak). Houtskeletbouw is een licht bouwsysteem, met als gevolg dat men voor geluidisolatie geen beroep kan doen op massa, maar de componenten dient op te bouwen als massa-veer-massasystemen.
Om houtskeletbouwwanden te bekomen met een verbeterde luchtgeluidisolatie kanmen o.a. de beplating verdubbelen of dikkere of zwaardere platen toepassen. Wenst men nog betere prestaties te bereiken (bv. voor woningscheidende wanden), kan men de wanden ontkoppelen (twee wanddelen zonder stijve verbindingen, van fundering tot dak). Verder kan de spouw tussen beide wanddelen gevuld worden met een geluidsabsorberend materiaal.
De contactgeluidisolatie van houten vloeren kan verbeterd worden door middel vaneen zwevende dekvloer, dit is een (droog ofnat geplaatste) dekvloer die akoestisch vande draagvloer geschieden is door een resiliërende laag (bv. 5 à 10 mm geëxtrudeerd polyethyleen). Men kan ook een akoestisch ontkoppeld plafond aanbrengen en de ruimte tussen de vloerbalken opvullen met een soepel isolatiemateriaal. Verzwaring van de beplating op de vloerbalken en/of van de plafondbekleding heeft ook een positief effect.
Aan welke eisen moet houtskeletbouw beantwoorden?
Houtskeletbouw dient opgebouwd te worden volgens de regels van de kunst, zoals vastgelegd in het Belgische referentiedocument terzake, de STS 23. Het document wordt gebruikt als goedkeuringsleidraad voor het bekomen van een ATG (Technische Goedkeuring) door de BUtgb (Belgische Unie voor de Technische Goedkeuring in de Bouw).
Mechanische weerstand en stabiliteit
De weerstand tegen verticale belastingen wordt verkregen door het geheel van dragende wanden en kolommen. De afstand tussen de stijlen is meestal 40 of 60 cm hart op hart. Volgens het huidige Belgische referentiedocument zijn (in een eengezinswoning) de minimumafmetingen en de maximumafstand van de stijlen te respecteren als typeoplossing zoals voorgesteld in de tabel .
Voor constructies waaraan hogere stabiliteitseisen gesteld worden moet een stabiliteitsberekening opgesteld worden (volgens de Eurocode 5). De verbinding van de houten elementen gebeurt meestal met nagels. Opdat de stabiliteitsstudie betrouwbare en realistische resultaten zou opleveren, is het van belang om naar sterkte gesorteerd en voldoende droog hout te gebruiken.
De weerstand tegen horizontale belastingen wordt verkregen door het windverband in het dak en de beplating op wanden en vloeren. Deze beplating verstijft het houten skelet en maakt dat de horizontale belasting gespreid wordt over de onderliggende draagstructuur en naar de fundering afgeleid wordt (schijfwerking). Momenteel is het aantal bouwlagen vooreen ATG beperkt tot 3 (de bewoonbaredakverdieping of de zolder die bewoonbaarkan worden gemaakt, inbegrepen).
Brandveiligheid
Bij houtskeletbouw bestaat de draagstructuur vrijwel volledig uit hout. Door de bekleding van dit skelet met onbrandbare plaatmaterialen, het vermijden van doorgaande holtes in de structuur en de gepaste binnen- en buitenafwerking, kan op een relatief eenvoudige manier aan de eisen terzake voldaan worden.
Bij de toekenning van een technische goedkeuring (momenteel beperkt tot laagbouw) worden volgende factoren onder andere geëvalueerd: - de binnenbekleding van de wanden en de plafonds bestaat uit gipskartonplaten of vezelversterkte gipsplaten; - de wanden en plafonds van stookplaatsen en garages worden met onbrandbare materialen bekleed; - de spouw in de buitenmuur en in de mandelige (gemene) muur wordt op het niveau van de tussenvloer onderbroken door brandstoppen; - de spouw staat niet in verbinding met de dakruimte; ...
In de praktijk bepaalt de lokale brandweer de eisen voor een bepaald gebouw (soms strenger dan de basisnormen).
Akoestische isolatie
De NBN S 01-400 ‘Akoestiek, Criteria van de Akoestische Isolatie’ bepaalt de vereiste geluidisolatie voor diverse types gebouwen. Voor de gevels, gemene muren en binnenmuren bevat deze norm aanbevolen en minimale categorieën voor de genormaliseerde bruto akoestische isolatie. Voor de gevels houdt men 1977 dateert, vervangen worden door een geüpdate versie, de NBN S 01-400-1.
Door maximaal gebruik te maken van de tegenwoordig beschikbare technieken, kan men in houtskeletbouw geluidisolatieniveaus bekomen die schommelen rond de limietwaarden voor basiscomfort bij woningscheidende wanden en vloeren.
Thermische isolatie
Het beschermde volume van het gebouw is het volume van het geheel van kamers en ruimten dat men wil beschermen tegen warmteverliezen zoals gedefinieerd in de NBN B 62-301. Met deze U-waarden kan het globale warmteisolatiepeil (K-peil) worden bepaald volgens de NBN B 62-301. In Vlaanderen mag het globale warmte-isolatiepeil niet hoger zijn dan K45. Het Energieprestatiedecreet bepaalt de limietwaarden voor het E-peil en voor de U-waarden van de afzonderlijke componenten. Met houtskeletbouw kan men relatief makkelijk aan deze eisen voldoen.
Ventilatie
De ventilatie van gebouwen is een basiseis die geen impact heeft op het bouwsysteem. Er zijn geen specifieke aandachtspunten voor houtskeletbouw. Voor woongebouwen is de NBN D 50-001 ‘Ventilatievoorzieningen in woongebouwen’ van toepassing. De Energie-prestatieregelgeving stelt het naleven van deze norm verplicht in Vlaanderen. Dat was reeds eerder het geval in Wallonië.
Luchtdichtheid
Een goede luchtdichtheid van de gebouwschil is een absolute voorwaarde voor de efficiënte werking van het ventilatiesysteem, de thermische isolatie en het hygrothermisch comfort (vermijden van vochtproblemen door inwendige condensatie en van tochtverschijnselen). Er bestaat in ons land geen kwantitatieve eis voor de luchtdichtheid van de gebouwschil, maar toch dient er aandacht aan besteed te worden, zowel in ontwerpfase als tijdens de uitvoering.
Bij het toekennen van een ATG wordt momenteel verondersteld dat de luchtdichtheid voldoende is als aan de volgende punten is voldaan:
- alle buitenmuren en het bovenste plafond van het beschermd volume zijn afgewerkt met gipskartonplaten geplaatst met luchtdichte voegen;
- de onderste vloer van het beschermd volume is luchtdicht;
- de onderlinge aansluitingen van alle voornoemde elementen zijn luchtdicht;
- wanden die deel uitmaken van het beschermde volume, bestaande uit elementen met veel voegen (schrootjes, platen met open voegen, enz.), zijn slechts toegelaten mits er een ononderbroken luchtdicht scherm of een voldoende luchtdichte draagconstructie aanwezig is.
Er kan verwacht worden dat de voorschriften m.b.t. luchtdicht bouwen de komende jaren verder zullen uitgewerkt en gedetailleerd worden. Zo zullen gipskartonplaten in de praktijk zelden kunnen fungeren als luchtscherm, door het grote aantal perforaties (stekkerdozen, inbouwspots, ...). Vaak is een apart luchtscherm de enige mogelijkheid om een voldoende luchtdichtheid te waarborgen, ook op langere termijn.
Dampdichtheid
Er moet worden gelet op de vochthuishoudingin de bouwcomponenten (wanden,daken, vloeren) die het beschermd volume begrenzen. Er mag geen schade ontstaan door inwendige condensatie. Dampschermen worden altijd aan de binnenzijde (warme zijde) van de isolatie geplaatst. Om een ATG-label te verkrijgen, moet ook voor de daken voldaan worden aan de regelgeving terzake (o.a. Technische Voorlichtingen van het WTCB).
Regendichtheid
De regendichtheid van de volledige gebouwschilmoet verzekerd zijn. Regen,grondwater en afstromend water mogen geen aanleiding geven tot lagere prestaties bv. wat betreft thermische isolatie. Eventueel in de constructie dringend water wordt naar buiten afgevoerd, zonder dat daarbij prestatievermindering optreedt van de beschouwde constructie of van aanliggende constructies, tot onder het vooropgesteld niveau. Constructieve maatregelen worden genomen om opstijgend of indringend vocht in alle bouwelementen te vermijden.
Gezondheid en milieu
De materialen en hun eventuele beschermingsproducten en afwerkingsmaterialen mogen geen aanleiding geven tot afgifte of ontwikkeling van hinderlijke of ongezonde stoffen die de normaal aanvaarde grenzen overschrijden, overeenkomstig de reglementaire bepalingen.
De maximale waarden van de concentratie aan schadelijke stoffen, te wijten aan de gebruikte bouwmaterialen en producten, mogen de door het Ministerie van Volksgezondheid voorgeschreven waarden niet overschrijden. Ventilatieopeningen worden voorzien van een bescherming tegen het binnendringen van insecten.
Duurzaamheid
De materialen en de uitvoeringstechnieken moeten toelaten duurzame woningen op te richten. De materialen en de uitvoeringstechnieken moeten beantwoorden aan de Belgische normen (NBN), de Technische Specificaties (STS), de Technische Voorlichtingen van het WTCB en aan de ATG. Bij oplossingen die niet vermeld staan in voornoemde documenten moet, aan de hand van duurzaamheidsproeven, de duurzaamheid worden aangetoond.
Recente ontwikkelingen op het gebied van de regelgeving
In 2001 werd door de Europese Organisatie voor Technische Goedkeuringen (EOTA) een goedkeuringsleidraad gepubliceerd voor Europese Technische Goedkeuringen van houtskeletbouwsystemen (ETAG 007 – Timber Frame Building Kits).
Momenteel wordt het Belgische referentiedocument terzake (de STS 23 uit 1983) herwerkt volgens deze ETAG. Meteen worden ook een reeks andere recente normen in het document geïntegreerd (de Eurocode 5, de E nergieprestatieregelgeving, de Europese nor- Het Belgian WOODFORUM heeft als missiehet promoten van hout en de productenop basis van hout. Hierbij onderlijnt het de talrijke redenen die de keuze voor houtrechtvaardigen en stelt het de informatie nodig voor zijn correcte toepassing ter beschikking.
BRON :
www.hout.be/documents/pdf_prest_energetique/webfiches2006_NEPB3.pdf
www.hout.be/documents/pdf_prest_energetique/webfiches2006_NEPB3.pdf
Drisag is gespecialiseerd in kantoormeubelprojecten en beschikt over een zeer uitgebreid assortiment aan kantoormeubelen en aanverwante accessoires. Ons team van interieurspecialisten luistert naar uw wensen en zorgt voor vakkundig interieuradvies. Van de ontwerpfase tot en met de oplevering van uw project wordt u begeleid in het maken van de juiste keuzes. Van oudsher is Drisag bekend als fabrikant van ergonomische kantoorstoelen. In onze productie worden de beste materialen, de fijnste stoffen en leders verwerkt tot kwaliteitsvolle zitmeubelen. Onze vakkennis stellen we eveneens ter beschikking voor maatwerkprojecten en private label productie.
Copyright © 2011 - All Rights Reserved.

